dinsdag 12 april 2011

Er bestaat

De avond valt en het is november.
In de huizen wordt vlees gegeten.

Twee vogels zitten op de zelfde draad.
Ze nemen de kleur van de nacht aan.

Door het water op het asfalt gaat
een vouwlijn en wie weet hoe het zit,

weet hoe men daarin verdrinken kan,
eerder nog dan in een oceaan.

Elke dag is er een moment dat het leven
buiten zich beperkt tot geblaf.

Dan rolt er een dieseltrein voorbij.
Hij neemt het geluid van de nacht over.

Er bestaat een geleidelijk vergeten.
Er staan hekken in het paradijs.

vrijdag 8 april 2011

Bij de kleine rots

Bij de kleine rots is het onderwaterhuis.
Staat daar om af te brokkelen. Daar spelen

vadertje en moedertje ons. Bovenop de berg
staat een stopgarendier dat bellen blaast.

Dat daar – maak er een foto van – kan
een reuzenschip zijn. Het was zo'n klim.

De kinderneusjes zien eruit als souvenirs.
We moesten maar weer eens naar huis.

Willen niet, weten niet wat we zien.
We verdwalen, ook nu we weer teruggaan.